Roddelen

Afgelopen week werd ik geappeleerd op een roddel over mij. Met verbazing hoorde ik een ingesproken bericht van een onbekende die namens een dierbare mij iets duidelijk wilde maken. Ik doorzag de inkleuring van de onbekende; en dat is dus niet wat mij raakte. Wat mij wel diep trof is dat een dierbaar persoon klaarblijkelijk toch over mij spreekt, en niet mét mij spreekt. Mijn achillespees is roddelen; dat anderen een mening over mij hebben waar ik mezelf niet in herken… en dit buiten mij om bespreken; dit is in mijn leven van nu een thema dat telkens weer opduikt.

Gezin-karma
Als tiener was het gezin waar ik in opgroeide het mikpunt van spot. Mijn vader was docent op de Mavo van het dorp en kon met moeite gezag uitstralen, wat hem uiteindelijk opbrak. Mijn broers werden gepest; en ik wilde dit voorkomen door me niet te mengen in groepen en mijzelf niet te laten zien. Ik dook weg in mijn sjaal en boog mijn hoofd als ik door het dorp fietste. Ik koos een andere school in een ander dorp. De angst om te worden nageroepen was groot, zo groot dat ik nimmer liet zien wat ik voelde van binnen; angst om er niet bij te horen, om te worden verstoten als ik me wel liet zien. De smet van het gezin, waar ik toen niets aan kon doen (dacht ik), hield mijn hart gesloten voor anderen.

Nu, 30 jaren later, zie ik het anders. Doordat ik mij afsloot, liet ik het zelf gebeuren. De tiener van toen kon niet weten. Ik houd van haar, het bange meisje dat haar potentie niet herkent. Ik ben nu meer open, en de pijn van dit raast dan ook onvermijdelijk door mijn lichaam op een moment als afgelopen week, wanneer ik de stem van een vreemde hoor praten over mij.

Duisternis
Door de angst heen, welt een gevoel van compassie op voor dat wat er tussen de vreemde en dierbare is besproken. Ergens is daar een gedeelde pijn die hen beiden in het moment verbindt. Ik zie in dat dit gelijk is aan mijn tienerleed; wij verschillen hier dus niet in. Wij alle drie zijn verbonden door een driehoeksrelatie van wederkerige pijn. Wij zijn allen eens bespot, gepest, en er werd over ons geroddeld. We kennen de onmacht en vertwijfeling. We hebben ervaren hoe er duisternis over ons heen viel door te gaan geloven in dat wat er over ons werd gezegd. Als een virus dat ons innerlijk aanvrat, weg van onze essentie, weg van liefde. Uit verbinding.

In relatie tot deze gebeurtenissen kan ik gaan zien hoe ík gerelateerd ben aan míjn veronderstellingen. Dat ik er niet bij hoor, is mijn overtuiging, dus nooit die van een ander. Ik trek situaties aan om van te leren. Om bewust te worden van patronen die in mij en dus ook in de wereld heersen. De relaties van deze nieuwe tijd treffen diep in het hart, waarin de boodschap woont van mededogen en inzicht. De scherpe pijn is nodig om licht door te laten.

Integriteit
Ik begrijp nu ook in een diepere laag, waarom ik vaak een rol aanneem om integriteit in groepen te bewaken. Als adviseur P&O in het verleden was ik erg alert als het gaat om respectvol omgang met elkaar. Maar het ontbrak me aan moed om er duidelijk over te zijn; om halt te roepen als er gekletst werd. Ik stond niet los van diegene waarover werd geroddeld, ik vereenzelvigde mij er mee, alsof de roddel over mij ging. Dit verlamde mij, en uiteindelijk verloor ik de passieve strijd.

Oprecht eerlijk zijn en integer zijn is een rode draad in mijn leven. Een zoektocht van vallen en weer opstaan. Pas als ik doorzie dat ik ben geraakt door iets, kan ik zien dat de ander ook geraakt is. Hij of zij heeft ook een waarlijk verhaal en is op het pad van bewustwording. Ik belichaam integriteit niet, het is een aangenomen identiteit. Laat ik de pet van integriteit vervangen door ruimte bieden, waarin compassie gedijt. Laat ik ‘halt’ zeggen los van mijn verhaal. De roddel laten oplossen in de ruimte.

Reiniging
Ik zou willen oproepen om niet te roddelen; maar zo werkt het niet. De roddel laten zijn in zijn volle kracht zodat betrokkenen kunnen voelen wat de betekenis is in relaties. De neiging tot praten over elkaar neemt af als je zelf de impact op je persoonlijke verhaal hebt ervaren. In de ruimte is dan ook het pad naar een hernieuwde ontmoeting mogelijk; om weer mét elkaar te praten in een gereinigde verbinding.

In de eerste alinea schets ik dat ik mezelf niet herken in dat wat er werd gezegd; dit wil ik nu na dit relaas nuanceren. Want de kern van het gezegde is waar, maar uit relatie gehaald. Door met elkaar te praten ín relatie kan de kern bloot worden gelegd… Deze boodschap leg ik graag neer, voor mezelf en voor jou die dit leest.